Mijn Verhaal

Op een vroege warme zondagochtend in augustus van het jaar 1974, werd ik geboren als derde dochter in een domineesgezin dat uiteindelijk acht kinderen groot zou worden. Als een van de oudsten was het van jongs af aan flink meewerken. Ik hoorde bij ‘de groten’ en er moest gezorgd worden voor het huishouden en ‘de kleintjes’, zoals mijn moeder ze noemde. Daar is de helper in mij geboren. Hoewel ik ook een vechtersbaas was, waarbij mijn zus boven en broer onder mij het nogal eens moesten ontgelden, zorgde ik als een moedertje in de dop voor de kleintjes en mijn pop, waaraan ik verknocht was. Daarnaast poetste ik, al dan niet vrijwillig, heel wat af in huis. Buiten de deur was ik een wildebras. Voetballen, slootjespringen, crossen op de fiets, daar was ik een echt jongensmeisje. ‘Je talenten gebruiken’, ‘niet zeuren’ en ‘wat jij ervan vindt dat doet er niet zo toe’, waren de boodschappen die ik kreeg. Dat was hoe mijn ouders het ook hadden meegekregen.


Hard werken en mijn best doen, werd me dus met de paplepel ingegoten. Het bracht me veel, maar had ook zijn keerzijde. Blinkende rapporten op de basisschool, daarna het vwo en toen studeren. Waar de helper in mij vanaf de derde klas middelbare school al droomde van een studie geneeskunde, trok de liefde voor muziek mij naar het conservatorium. Al na een aantal jaren in de muziek, begon mijn zorghart echter steeds harder te kloppen. Ik besloot een switch naar verpleegkunde te maken, een flinke kluif naast het runnen van mijn gezin met mijn drie eigen kleintjes. Maar hard werken had ik jong geleerd, dus in sneltreinvaart had ik dat diploma binnen en was ik de ‘zingende zuster’ op een afdeling longoncologie. Daar kon mijn helpershart bloeien. Ik voelde me in mijn element. De boodschap om al je talenten te gebruiken had zich in mij inmiddels ook vertaald naar ambitie en bevlogenheid, dus al snel wilde ik verder. Een specialisatie, nog een opleiding, een pre-master een master… Het bracht me tot zorgmanager, een prachtig vak waarin ik wilde helpen bij het verbeteren van het complexe zorglandschap. Wat ik in de tussentijd echter niet geleerd had was maat houden, mijn eigen grenzen voelen en die ook respecteren. Wat ik ervan vond, deed er immers niet zo toe, zo was de boodschap vroeger. Zo had ik al jong geleerd om me af te sluiten van mijn gevoel. Ik was op zolder gaan wonen, in mijn hoofd, uit contact met wat zich daaronder afspeelde. Ook had ik inmiddels een sterke interne criticus ontwikkeld, dus het was nooit goed genoeg. Ik ging steeds harder werken. Hoewel ik dat verbazingwekkend lang wist vol te houden zonder eigenlijk in de gaten te hebben hoe slecht het met me ging, ik leefde immers op zolder, leidde dat uiteindelijk tot een burn-out. 


Na een periode met intensieve therapie en mindfulness training, wist ik mij terug te werken en gaf ik opnieuw leiding in verschillende zorgorganisaties. De geest was echter uit de fles. Ik was begonnen met voelen, mijn lichaam kreeg de kans om haar verhaal te vertellen en dat begon steeds harder aan mijn deur te kloppen. Mijn aandacht wilde ik besteden aan de zorg voor mijn medewerkers, maar de realiteit was dat ik mijn tijd vooral werd opgeslokt door de harde kant van het managen, achter mijn laptop en in talloze overleggen. Mijn werkdagen werden opnieuw steeds langer, om toch ook maar tijd en aandacht aan mijn mensen te kunnen besteden. Maar hoe hard ik ook werkte, daarin bleef ik naar mijn idee vreselijk tekortschieten. Inmiddels had ik geleerd om naar mijn gevoel te luisteren en dat heb ik toen gedaan. Ik nam een sabbatical om stil te kunnen staan bij de vraag hoe ik meer mijn hart zou kunnen volgen in mijn werk. 


Dat moest natuurlijk gaan over verbinding, contact met mensen en hoe ik die zou kunnen helpen en laten bloeien. Er volgden coachingsopleidingen, verschillende therapeutische opleidingen, een opleiding tot mindfulness- en compassietrainer en allerlei aanvullende cursussen en trainingen. Daarin ben ik mezelf écht tegengekomen, kon ik niet meer weglopen voor mijn gevoel, wilde ik dat uiteindelijk ook niet meer. Daar geloofde ik niet meer in. Integendeel, ik wilde me daar juist heel bewust van zijn, mezelf eindelijk erkennen. Dat het er wel toe doet wat ík wil en dat ik naast hard werken ook mag ontspannen, er gewoon mag zijn, zonder iets te hoeven doen of presteren. Dat dat de modus is van waaruit ik anderen écht kan helpen.


Zo is mijn praktijk voor coaching, lichaamswerk, mindfulness en zelfcompassie gegroeid. Ik ben thuisgekomen bij dat wat ik hier te doen heb: mensen helpen. 

Op de hoogte blijven?

Neem contact met ons op

Meer verhaal achter MF

door Martine Folkersma 21 april 2026
Na 30 keer de 8-weekse MBSR nog steeds nieuwe inzichten, soms klein, soms groot. Deze deel ik graag: Waarom de woorden 'het is oké' de plank soms misslaan in onze mindfulness-beoefening. Op dit moment doorloop ik als trainer voor de 30e keer het 8-weekse mindfulness programma. Een van de mooie aspecten van het trainerschap is dat er bij iedere ronde wel een of meer kwartjes naar binnenvallen, die ook mijn eigen ervaring, inzichten en beoefening van mindfulness en compassie weer verdiepen. De afgelopen tijd is er voor mij persoonlijk zoiets als een rijksdaalder naar binnen gevallen. Het gaat om de vertaling van de woorden 'it's ok'. De moderne, westerse mindfulness heeft haar wortels stevig in Amerika staan. Pioniers als Jon Kabat-Zinn ontwikkelden de programma's in het Engels, en wij hebben die terminologie in Nederland vaak een-op-een overgenomen. Daar zit precies de crux. In het Amerikaans-Engels heeft de uitdrukking 'It's okay' een warme, bijna sussende lading. Denk aan een ouder die een kind troost. Het betekent daar vaak: "Je bent oké, je bent geborgen." In onze nuchtere Nederlandse taal zijn we dit echter heel letterlijk gaan vertalen met 'het is oké.'. In het Nederlands is 'oké' vaak een soort rationeel vinkje, een teken van akkoord of zelfs een beetje een vlakke constatering. Door die letterlijke vertaling zijn we onbedoeld iets van de compassievolle essentie kwijtgeraakt. We spreken ons hoofd aan, vaak zelfs heel rationeel met de woorden: 'het is oké, het is er immers toch al'. We vergeten dan echter dat ons zenuwstelsel eerst geruststelling nodig heeft om die stap überhaupt te kunnen maken. De rijksdaalder die bij mij viel, is dat we 'it's okay' in de context van zelfcompassie en mindfulness vaak veel beter kunnen vertalen naar: 'het is veilig.' Een verschuiving van goedkeuring naar geborgenheid. Wanneer we weerstand voelen, angst ervaren of vastlopen in zelfkritiek, is ons zenuwstelsel in feite in een staat van alarm. Ons lichaam scant de omgeving op gevaar en schiet in de vecht-of-vluchtmodus. Als we dan tegen onszelf zeggen 'het is oké', proberen we ons brein te overtuigen met een concept. Maar als we zeggen 'het is veilig', spreken we direct de taal van ons zenuwstelsel. In een eerdere blog schreef ik over 'trouwen met het leven': het volmondig ja-zeggen tegen alles wat zich aandient; willen wat je krijgt. Dat blijft de essentie van mindful leven, maar ik begin ook te ontdekken dat er een fundamentele voorwaarde onder die 'Ja' ligt. Want hoe kun je instemmen met de realiteit als die realiteit onveilig voelt, omdat het ooit niet veilig was? In mijn eigen beoefening kom ik vaak een paar 'steigerende paarden' tegen vanbinnen. Jarenlang legde ik dat uit als innerlijk verzet. Ik dacht dat ik aan het vechten was tegen de realiteit, dat ik simpelweg nog niet hard genoeg 'ja' zei. Maar een paard steigert niet uit koppigheid; een paard steigert uit angst. Als je hebt geleerd dat de realiteit niet veilig is, of dat het niet veilig is om te voelen wat er in je leeft, dan is 'ja-zeggen' een onmogelijke opgave. Je zenuwstelsel staat in de overlevingsstand. Op zo’n moment is 'het is oké' te mager. Je hebt dan geen toestemming nodig, je hebt geruststelling, een veilige bedding nodig. We hebben 'it's okay' naar mijn idee dus vaak te letterlijk vertaald, als een cognitieve goedkeuring. Maar in de context van mindfulness en compassie betekent het vaak eerder: 'het is veilig.' Waarom dit alles verandert? Door 'it's okay' te benaderen als 'het is veilig', verandert de kleur van de beoefening: Geruststelling: We zeggen niet dat de pijn of het verdriet fijn is, maar dat het veilig is om het te voelen. Je zult er niet door verzwolgen worden. Bedding voor de angst: Door te erkennen dat het veilig is, creëer je de bedding waarin het steigerende paard weer met vier benen op de grond kan komen staan. Zenuwstelsel in rust: 'Veiligheid' is de code die ons brein en zenuwstelsel begrijpen. Het is een uitnodiging om het interne gevecht te staken. Compassie in actie: Het verandert iets dwingends: 'ik moet dit oké vinden' in een koestering: 'ik ben hier, met alles wat ik ervaar, en ik ben veilig.' Ik merk dat deze kleine nuance mijn eigen beoefening verzacht. Bij een lastige meditatie zeg ik niet langer tegen mezelf dat de onrust oké moet zijn, omdat die er toch al is. Ik herinner mezelf eraan dat het veilig is om toe te laten wat er is, dat de ruimte waar ik ben veilig is, dat mijn adem een veilige ankerplaats is, dat ik veilig ben bij mezelf. Het is een subtiel verschil in woorden, maar een wereld van verschil in ervaring. Het is de stap van begrijpen met je hoofd naar werkelijk ervaren en thuiskomen bij jezelf. Dus herken jij dat 'steigerende paard' in jezelf? Probeer de volgende keer eens je taal te veranderen. In plaats van te denken 'dit moet ik oké vinden', fluister je jezelf toe: 'ook al vind ik het misschien niet fijn, het is wel veilig om dit nu te voelen.' Wat verandert er als je dat tegen jezelf zegt? Ik ben heel benieuwd naar jouw ervaringen.
door Martine Folkersma 9 april 2026
Tussen prikkel en respons ligt onze vrijheid 🪷 'Tussen de prikkel en de reactie ligt een ruimte. In die ruimte ligt onze macht om onze reactie te kiezen. In onze reactie ligt onze groei en onze vrijheid.' Deze bekende woorden van Viktor Frankl, Oostenrijks neuroloog en psychiater en holocaust overlever, stonden gisteren centraal tijdens de terugkombijeenkomst voor de mindfulness en compassie groepen in Soest met het thema: 'Vrijheid van Geest'. Een mooie aanloop richting bevrijdingsdag. We hebben samen onderzocht hoe je die 'ruimte' niet alleen begrijpt, maar ook daadwerkelijk kunt bewonen, ook als het stormt in je leven of in je hoofd en je je misschien verre van vrij voelt. We hebben daarvoor onder andere geoefend met de 6R-methode (bron: Dhamma Sukha Meditation Center). Een tool om uit de automatische identificatie te stappen, terug naar de bewuste respons: ✔️ Recognize (Herkennen): Merk op dat je afdwaalt. 'Ah, daar is een gedachte.' ✔️ Release (Loslaten): Laat de inhoud van de gedachte gaan. Laat het daar zijn, maar geef het geen aandacht meer. ✔️ Relax (Ontspannen): Bewust weer ontspannen. Als het lichaam ontspant, kan de geest de identificatie loslaten. ✔️ Re-smile (Glimlachen): Steeds opnieuw een milde glimlach. Wees blij dat je weer 'wakker' bent. Er is niks misgegaan. ✔️ Return (Terugkeren): Breng je aandacht rustig terug naar je object van aandacht in de meditatie of de taak waarmee je bezig was. ✔️ Repeat (Herhalen): Doe dit elke keer opnieuw, met eindeloos geduld.  Vooral stap 4 bleek voor veel deelnemers een behulpzame stap te zijn om zichzelf te bevrijden uit de greep van de identificatie. We eindigden met een mooi gedicht van Dan Fahey: ‘De Lucht’ Ik ben niet de wolken die voorbijdrijven, Ik ben de lucht waarin ze verschijnen. Ik ben niet de gedachten die stormen, Ik ben de stilte die ze hoort. Ik ben niet de pijn die klopt, Ik ben de ruimte die de pijn omarmt. In dat weten ligt mijn rust, In dat zien ligt mijn bevrijding. Dank aan de groep voor de toewijding om telkens weer terug te komen, ervaringen met elkaar te blijven delen, opnieuw geïnspireerd te raken en daarmee elkaars oefening levend te houden. Dankbaar werk om dit te faciliteren 🙏
door Martine Folkersma 2 april 2026
Rond de jaarwisseling las ik een dichtregel van Niels Zwakhals, die me diep raakte en sindsdien met me meereist: ´Als ik wil wat ik krijg, dan krijg ik altijd wat ik wil.´ Ik weet niet of het de letterlijke tekst is, want de zin is met me meegereisd naar Zuid-Spanje, waar ik de bundel niet bij de hand heb. En vanmorgen was die regel daar zomaar weer even heel dichtbij, op het moment van deze foto, die mijn dochter van me maakte. Een moment van diep geluk omdat ik die ervaring met haar kon delen, en tegelijkertijd het voelen van de andere kant van de medaille: het gemis waarmee ik leef doordat ze daar woont, ver weg, waardoor die momenten van samen ervaren schaars zijn. Een worsteling met de realiteit. In mijn werk word ik dagelijks geconfronteerd met onze menselijke worsteling met de werkelijkheid. We willen vaak zo graag dat dingen anders zijn dan ze zijn. Maar deze dichtregel draait het om. Het is de ultieme verwoording van mindfulness en radicale acceptatie: willen wat je krijgt. Jon Kabat-Zinn, de grondlegger van de mindfulness, spreekt over het omarmen van ‘de hele catastrofe’. Dat betekent instemmen met het leven in zijn totaliteit. Niet alleen de krenten uit de pap, maar het hele pakket. Onvoorwaardelijk. Het is als trouwen met het leven: ´Ja ik wil.´ Letterlijk: tot de dood ons scheidt. In goede én in slechte tijden. Het betekent dat ik ook ja zeg tegen de moeilijkheden en tegen de mensen met wie ik dit leven deel of heb gedeeld, en de lessen die ik daardoor (soms tegen wil en dank) mag en mocht leren. Mijn eerste IoPT opstelling, inmiddels alweer jaren geleden, was met de woorden: ´Ik wil leven.´ Ik bedoelde eigenlijk: ik wil nu eindelijk wel eens een leven zonder zwaarte en worstelingen. Ik wilde eigenlijk leven in Lalaland, alleen de leuke kant van de medaille. Ik vond dat ik mijn portie wel gehad had. Ik had nog veel te leren. Ik was mijn leven nog aan het lijden. Het boeddhisme kent de parabel van de twee pijlen. De eerste pijl schiet het leven op ons af, is het noodlot: de pijn of de pech die ons overkomt. De tweede pijl schieten we zelf op ons af, is onze weerstand daartegen; het verhaal dat we onszelf vertellen over hoe onrechtvaardig het is. Het recept voor lijden volgens de formule: Lijden = Pijn x Weerstand. Maar als we de weerstand kunnen laten varen, blijft alleen de pijn over, hoeven we er niet meer onder te lijden. Dit is waar gelijkmoedigheid ontstaat, die kalme levenshouding ongeacht de omstandigheden. Niet door gevoelloos te worden, maar door zo onvoorwaardelijk van het leven te houden, dat je bereid bent te ontvangen wat er op je pad komt, het mooie en het moeilijke. Dat laatste wordt dan de schone pijn die we kunnen doorvoelen, waardoor we kunnen helen en groeien, in contact met onze eigen stevigheid. De stevigheid van de berg, waarop ik vanochtend deze inzichten mocht doorleven.